Hoogbegaafdheid – een Nederlands taboe in de 21e eeuw

Deze keer niet een ‘single moeder’ thema, maar meer algemeen.

Hoogbegaafdheid. Eerst maar even de cijfers: 2 à 3 % van de mensen is hoogbegaafd. Slechts 16% daarvan haalt een bul op de universiteit. Dit lijkt raar, maar komt door onderpresteren. Renata Hamsikova van Ieku.nl heeft er een e-boek over geschreven ‘Onderpresteren, een nationale epidemie’. Om hoogbegaafd genoemd te kunnen worden zou je een IQ van 130 of meer moeten hebben.

Je bent het, of niet

De feiten: je wordt hoogbegaafd geboren. Je bent het, of niet. Je kunt het niet worden. In het overgrote deel van de gevallen krijg je het door via je moeder, en zijn je ouders ook hoogbegaafd. Hoe je opgroeit, of het wordt gestimuleerd, etc. speelt een grote rol in de ontwikkeling van deze kinderen.

De laatste tijd is heel voorzichtig hoogbegaafdheid af en toe in het nieuws. De huidige staatssecretaris maakt er tijd en geld voor vrij dat hoogbegaafde kinderen passend onderwijs en begeleiding krijgen. Hoe dat in de praktijk de komende jaren verder vorm krijgt moeten we afwachten.

Anders / sneller / meer

Als je hoogbegaafd bent, denk en voel je anders/sneller/meer dan de meeste mensen. Hier ontstaat de eerste hobbel: die anderen begrijpen jou niet. Dan moet je op zoek naar soortgenoten, of je houdt je mond.

Allebei niet leuk.

Je wilt ook gewoon met de kinderen in je klas afspreken, spelen, etc. En je hebt de juiste begeleiding van volwassenen nodig, zowel op school als thuis. Als je niet weet dat je hoogbegaafd bent, kan dat op latere leeftijd veel problemen geven op sociaal en emotioneel vlak. Ook bij voorbeeld op je werk. Het is echt belangrijk dat er op jonge leeftijd wordt gekeken naar kinderen en hun intelligentieniveau EN hun creatieve talenten.

School is niet the place to be

Er zijn vele bergen te beklimmen als je kind hoogbegaafd is. De leerkracht op de kleuterschool hoort dat bij de helft van de aanmeldingen en neemt ouders niet serieus. De meeste leerkrachten weten niets of zeer weinig van hoogbegaafdheid en kunnen dat dus ook niet herkennen. Het kind wordt gelabeld met allerlei ‘afwijkingen’ als autisme, ADHD, etc omdat het kind bepaald gedrag vertoont.

Dat het gedrag komt door opperste verveling en frustratie is niet de eerste gedachte. Zit je kind op een basisschool waar het woord hoogbegaafd een vreemd woord is, en je hebt een vermoeden dat hij of zij het is, ga dan naar een test instituut met ervaringsdeskundigen. Ga niet naar de lokale GGD of andere instellingen die gezinnen begeleiden met ‘probleemkinderen’. Voor je het weet zit je met een etiket, een verkeerde diagnose, met alle gevolgen van dien. In Nederland vind je een klein aantal expertisecentra. Meeste informatie of hulp kun je vinden in oudergroepen of forums online.

Taboe

In sommige andere landen is hoogbegaafdheid geen enkel taboe en wordt ook niet als zodanig apart neergezet. Talenten worden gezien, gestimuleerd en beloond. In Nederland is er angst voor hoogbegaafden. Ze worden in hoekjes geduwd en mensen (scholen, overheidsinstanties, etc) zien ze liever niet staan. Ik vraag me af waarom. Voor veel mensen is het natuurlijk de ver-van-mijn-bed show, maar let’s face it, hoogbegaafde kinderen zijn ook kinderen. Met de juiste begeleiding en uitdaging kunnen zij ook opgroeien tot een evenwichtig en gelukkig mens.

Astronomie en de teletubbies – asynchroniteit

Ik denk dat het komt dat veel mensen het niet kunnen hebben dat een vijfjarige meer weet dan zij over een bepaald onderwerp. Of dat ze zo snel denken, moeilijke leerstof kunnen begrijpen, dat volwassenen daar voor weglopen. Vaak zie je asynchroniteit – ze weten alles van de planeten en de ruimte, maar kunnen niet fietsen of hun veters strikken. Zij hebben grote interesse in klimaatverandering en alle weertypen, maar kijken als ze zes zijn nog met plezier naar de Teletubbies.

Accepteren is het allerbelangrijkst

Via deze column wil ik een oproep doen aan alle ouders van hoogbegaafde kinderen, alle juffen en meesters, alle opa’s en oma’s, alle buren, sport- en muziekleraren: ACCEPTEER deze kinderen, inclusief hun talenten. En als je het niet 1-2-3 herkent, erken het als je het wel weet. Ze zijn speciaal.

WANTED: Olympic swimmers

Terwijl ik deze column schrijf, vliegt een vooruitblik van Nieuwsuur voorbij: er komt morgen (24 januari) een item over de mobiele sperma-inseminatiekit. Ben benieuwd.

Terwijl ik een groot pleidooi wil houden over spermadonatie aan fertiliteitsklinieken, lijkt het of de trend die is ontstaan door het huidige tekort aan donorsperma niet meer te stoppen is.

De wetgeving staat het niet toe om commerciële ivf-klinieken te openen in Nederland. Daarom gaan vrouwen shoppen in het buitenland, vooral in Denemarken, dat inmiddels hofleverancier van Europa is. Dat is iets om over na te denken!

Met alle begrip voor een megakinderwens, het gaat toch niet alleen om het zwanger worden an sich, maar om een leven lang met een kind, aan wie je later gaat uitleggen hoe hij of zij op de wereld is gekomen.

Het is een goede zaak dat er geen commerciële klinieken in ons land mogen worden geopend. Maar “Als de berg niet naar Mohammed komt, zal Mohammed naar de berg moeten gaan”, en dat gebeurt dan ook.

Het zal niet lang duren, vrees ik, voordat er een ruimte in de wet wordt gebruikt om een soort samenwerkingstraject te realiseren, zodat er toch sperma uit Denemarken of België (waar je ook anoniem mag doneren) gebruikt wordt in Nederlandse klinieken. Het is best een gedoe om elke maand zo’n reis te maken. Maar veel ingewikkelder nog: hoe waarborg je het recht van het kind om de ouders te kennen? En in geval van een donorvader dus het recht om vanaf een bepaalde leeftijd gegevens op te vragen? Een Nederlandse donor is sneller gevonden in het Nederlandse systeem dan in het buitenland. Een hellend vlak, als je ’t mij vraagt.

De keuze tussen een hele lange wachtlijst (en nog steeds weigering van single vrouwen bij diverse klinieken), of zelfs een algehele intake stop, of moeten afreizen naar Denemarken, of via internet zelf actief op zoek gaan naar een donor, laat steeds meer vrouwen besluiten te kiezen voor het laatste. Vanwege het tekort aan donorsperma in fertiliteitsklinieken hebben diverse mannen een oplossing bedacht: voor slechts de ‘vergoeding van de reiskosten’ komen ze bij je thuis doneren. In een potje wel te verstaan. Ze komen net zo vaak langs als nodig is. Doel: zoveel mogelijk kinderen verwekken. Waarom willen vrouwen een kind van zo’n man?

Het is fantastisch dat je bij een (niet-commerciële) kliniek terechtkunt in Nederland. Het is goed dat de anonimiteit van spermadonoren is opgeheven, omdat je kind dan later gewoon kan opvragen wie zijn of haar biologische vader is. Als je de stap gaat zetten om via een donor zwanger te worden, weet je als het via een fertiliteitskliniek loopt dat de medische achtergrond van de donor is gecheckt, en dat het zaad van goede kwaliteit is, superzaad zeg maar. Of zoals ze in het Engels zeggen: ‘Olympic swimmers’.

Onwaarheden

Omdat het geen favoriet gespreksonderwerp is op de vrijdagmiddagborrel op het werk, of de familielunch op zondag, ontstaan er veel onwaarheden in hoofden van mannen, en vrouwen, en heeft iedereen een mening over spermadonatie. Maar weinigen weten echt waar ze over praten. Weg met het taboe! Als je spermadonor bent, ben je niet de vader van de kinderen.

Er is dus geen erfrecht en geen onderhoudsplicht. Ook is het niet zo dat donorsperma wordt gebruikt tot het op is (zodat je misschien wel 100 kinderen zou kunnen hebben).
Wat wel waar is, is dat er altijd mensen zullen zijn die spermadonoren ontzettend dankbaar zijn, omdat ze weten dat hun kinderwens toch vervuld kan worden, en dat hun kind later wel kan nagaan wie zijn of haar biologische vader is.
En dat idee is toch net even wat prettiger dan uit te zoeken welke Deen (die er nog voor betaald werd ook!) of welke particuliere internetdonor (wie is hij eigenlijk?) een (bescheiden) rol speelt in jouw leven en dat van je kind.

geschreven januari 2011

Money money money!

In Nederland zijn er ruim 500.000 single parents, of alleenstaande ouders. Het overgrote deel van hen is een moeder. Het schijnt zelfs dat sinds 2010 een op de tien baby’s geboren worden in een eenoudergezin (mama met kids).

Ik gruwel van het woord alleenstaand, omdat je als je een ouder bent per definitie niet alleen bent omdat je SAMEN met je kind(eren) bent. Ik vind het zo afschuwelijk dat ik er zelfs een blogbericht aan gewijd heb maar dat terzijde.

Als je een beetje gaat goochelen met die cijfers van moeders met kinderen – de eenoudergezinnen – en tel daarbij ook een klein percentage eenoudergezinnen met een vader in da house – dan kom je op een behoorlijk aantal. Financieel betekent dat dus rondkomen van één inkomen. Of dat nou een uitkering is of een fulltime job vet salaris, je moet het er mee doen en de kosten voor de kinderen lopen op.

Oppas of uitkering

Als je veel werkt, heb je dus ook veel kosten voor opvang en oppas. Niet iedereen heeft drie lieve gepensioneerde buurvrouwen of oma’s om de hoek die niets liever willen dan op de kleinkinderen passen. En als je een uitkering hebt, kom je nooit van het toeslagencircuit af en moet er een wonder gebeuren dat je op eigen benen komt te staan zonder hoge bedragen terug te moeten betalen als je uiteindelijk een baan – zelfstandigheid, vrijheid! – hebt gevonden.

Wat kost het nou, die kids?

Dagelijkse kosten: eten, school, kleding, reiskosten.
Extra: speelgoed, zwemles, muziekles, sport en hobby.

Opvoedkosten: oppas, reiskosten. Aparte categorie tot een jaar of drie (baby’s en peuters): luiers, vaker medicijnen.
Extra: tandartskosten, opticien, logopedie, aangepaste kleding, schoenen.

Vrijetijd- en vakantiekosten:
Entreegelden, reiskosten en parkeerkosten.
kinderopvang, crèche, oppas als je geen vrij kunt krijgen. Gezien de enorme hoeveelheid vakantieweken en de drie weken die je krijgt van je baas is dit een behoorlijke kostenpost.

Op vakantie

Als je op vakantie gaat, in eigen land, dan merk je dat hotels en restaurants weinig tot niet zijn ingespeeld op een gezin. Er zijn hotels met familiekamers, maar die moet je echt zoeken. Dat kost veel tijd. In diverse landen om ons heen kun je in restaurants gewoon ‘normaal eten’ voor kinderen bestellen. Ze eten hetzelfde als jij kiest op de menukaart, alleen een kinderportie (kleiner bord). En dan betaal je de helft. Heel normaal in Luxemburg bij voorbeeld.

Dierentuin, attractiepark

Entrees voor dierentuinen, musea, speeltuinen – bijna nergens wordt onderscheid gemaakt in tickets voor kinderen en volwassenen in ons land. Ja, soms is de kinderentree 2 euro voordeliger. Ga naar Luxemburg. Portugal. Spanje. Kindertickets zijn gewoon 50%. Overal. Of zelfs gratis.

Nederland

Waarom is dat in Nederland niet zo? Wordt er zo vastgehouden aan het beeld van het gezin in de jaren zeventig van de vorige eeuw? Twee ouders, een modaal tot behoorlijk inkomen, geen opvang en oppas nodig, geen ingewikkelde agenda planning in de schoolvakanties (de vrouw is daarmee bezig).
Hotels is voor echt rijke mensen (je hoeft toch niet naar een camping als je niet houdt van kamperen, kom op zeg), terwijl je als single ouder juist zo graag OOK een vakantiegevoel wil overhouden na een midweekje weg en niet compleet uitgeput wil thuiskomen.

Tips gezocht

Ik wil deze grote groep helpen aan praktische informatie en goede besparingstips. Als jij tips hebt over genoemde kostenposten, van vakantieadressen tot leuke (online) winkels, kortingssites waar je echt wat aan hebt, mail me dan! Ik zet ze met plezier op de blog.

Hoogsensitief wat is dat nou weer

= eerste publicatie oktober 2011 =


Hoogsensitiviteit is een eigenschap die ongeveer 20% van de mensen in meer of mindere mate heeft. Van hen is 70% introvert en 30% extravert. En in die categorieën zijn natuurlijk allerlei varianten en verschillen te vinden. Daartegenover zijn er dus een heleboel mensen – namelijk 80% – die geen idee hebben van sensitiviteit of hoogsensitiviteit. En dan is er een bekend rijtje van toepassing: onbekend maakt onbemind, ver van mijn bed show, oh, zeker weer een nieuwe aandoening, etc.

Nou heeft hoogsensitiviteit niet per se iets te maken met het singlemoederschap, maar omdat ik er privé mee te maken heb, en na een nieuwsflits erover richting mijn vrienden direct reacties kreeg van vriendinnen dat een van hun kinderen ook zo was, wilde ik er een column aan wijden om het begrip de wereld in te gooien, en dan zeker de wereld van de ouders die opgroeiende kinderen hebben.

Een beetje herkenning is altijd prettig. Herkenning levert automatisch begrip op, de prettige positieve tegenhanger van onbegrip, om die nog maar eens expliciet te noemen.

Wat is het nou precies?

Hier vind je heel veel informatie http://youtu.be/6DezjkilrSY en www.hsperson.com. (Een filmpje van auteur/onderzoekspsychologe Elaine Aron en haar website). Hier vind je alles uit eerste hand. Zij heeft diverse boeken en artikelen geschreven over hoogsensitiviteit en ook de term bedacht.

Hoogsensitief valt niet te labelen, iedereen heeft zijn of haar eigen etiket(ten) op dit gebied. Waar het op neer komt is dat als je hoogsensitief bent, je veel gevoeliger bent voor prikkels – dat kunnen geluid/muziek zijn (en ook bijv. het zoemen van een afwasmachine), licht, drukte (in de stad, op een school, grote menigte), maar ook andermans gevoelens voelen (geluk en verdriet), bepaalde stoffen op je huid niet verdragen, chaos (in een winkel, in een huis). Er zijn zeker ook positieve eigenschappen die hoogsensitiviteit met zich mee brengt: je beleeft alles veel intenser, je bent creatiever, talentvoller, ondernemender en je kunt enorm genieten van de natuur en/of kunst.

Er zijn ouders die niet weten dat hun kind hoogsensitief is. Of dat ze het misschien zelf zijn. Het is geen ziekte, het is niet raar, verkeerd of afwijkend. Het is alleen anders. Hieronder een paar kenmerken. Het is niet zo dat elk kind dat hoogsensitief is ook alle kenmerken heeft.

Een beetje generaliseren

Een paar algemene kenmerken van hoogsensitieve kinderen:

  • Als ze ergens op gaan klimmen, bekijken ze eerst rustig of ze het kunnen
  • Bijzonder gevoelig voor stemmingen van anderen
  • Oog voor detail. Zien de kleinste dingen, en subtiele veranderingen
  • Grote moeite met veranderingen (inrichting thuis, vaste rituelen, verhuizen, andere school)
  • Kan niet tegen draadjes en merkjes in kleding
  • Heeft sterke zintuiglijke waarneming, met name ruiken en zien
  • Heeft grote moeite met ontmoetingen met andere volwassenen dan de ouders
  • Is moeilijker rustig te krijgen na een drukke dag (veel indrukken)

Natuurlijk ben ik geen expert en geen psycholoog, maar ik probeer in circa 650 woorden het onderwerp aandacht te geven. En omdat niet iedereen het begrijpt, zul je er zelf mee aan de slag moeten gaan. Lees erover zodat je weet wat het is. Het kan een ongelooflijk alle-puzzelstukjes-vielen-in-1-keer-op-hun-plaats effect hebben.

Een persoonlijke anekdote

Toen ik een jaar of 20 was, ging ik met een vriendin naar het Dolfinarium. Ik heb de hele tijd zitten huilen. Dolfijnen maken intense emoties bij mij los. Nu 20, jaar later, was ik met mijn zoontje van drie voor het eerst weer bij een dolfijnenshow. De tranen stroomden non-stop en ik moest na de show even bijkomen. Mijn zoontje zei na afloop (hij zat de hele tijd op schoot, zag mij niet en ging helemaal op in de show): “Mama, ik moest de hele tijd huilen want ik vond het zo mooi.”

Hoogsensitieve mensen kunnen zich hierin herkennen, mensen die dat niet zijn zullen het niet begrijpen. De (h)erkenning is belangrijk, zeker als het om je kind(eren) gaat.

Regeldagen

Vastgeplakt

Alle moeders kennen ze – de regeldagen. Als je kindje klein is, in de babyfase, zijn er van die dagen dat het allemaal niet lekker loopt, je kind lijkt ‘ontregeld’. Op die dagen willen ze het liefst de hele dag aan je vastgeplakt zijn, drinken vaker dan gewoonlijk. Op zo’n dag kom je vrijwel nergens aan toe, omdat je kind non-stop je aandacht vergt.

Op wonderlijke wijze verdwijnen de regeldagen blijkbaar zodra je kind, als je daar voor kiest, arriveert op een kinderdagverblijf. En dan komen ze noooooit meer terug. Daar ben ik het niet mee eens.

Als je erover na denkt, is dat natuurlijk raar. Alsof je na je baby tijd nooit meer een regeldag zou kunnen hebben.

Kinderen zijn volop in ontwikkeling. Men bedenkt ook allerlei nieuwe termen, waardoor het lijkt alsof de regeldagen zijn verdwenen. Na regeldagen komen ontwikkelingssprong, groeispurt en dan komt de puberteit, dan heel lang niks(geloof ik niks van!), en dan de overgang. Ja, ook bij mannen!

100 keuzes in alles

Je hele leven lang ben je in ontwikkeling, zowel fysiek als mentaal. Kinderen groeien op in deze 21e eeuw, het computertijdperk, de digitale tijd, een online wereld. Bij alles wat je kunt of wilt kiezen zijn er 100 mogelijkheden. Dat kinderen, en iedereen eigenlijk, gebaat zijn bij voldoende rust en ontspanning, weten we allemaal. Maar dat de regeldagen je hele leven bij je blijven, is een eye opener.

Bij kinderen merk je het dat ze ineens heel dwars zijn, op die dagen dat het echt absoluut niet uitkomt, of ze willen de hele dag bij je zijn, knuffelen, aan je hangen. Op die dagen is er zeer waarschijnlijk sprake van een regeldag.

Liefde, aandacht, rust

Ze hebben veel te verwerken gehad, prikkels, indrukken, nieuwe dingen. En dan is ook nog hun lichaam is volop in ontwikkeling. En dan zoeken ze geborgenheid, veilig voelen, hulp en steun, bij jou, de ouder. Probeer die dagen te herkennen, volg je kind en geef ze die liefde en aandacht waar ze om vragen. Ze hebben je nodig.

mijn kind is sensitief

Ik heb er al eerder aandacht aan besteed. Dat kun je hier lezen. Sensitief betekent gevoelig. Maar wat wordt daar nou mee bedoeld?

Meer informatie over sensitief zijn vind je op de Amerikaanse website www.hsperson.com van dr. Elaine Aron. Zij heeft tientallen jaren onderzoek gedaan en veel geschreven. Binnenkort komt er een docufilm uit, Sensitive, the movie. Zij geeft aan dat 15-20% van de mensen sensitief is, en een deel daarvan hoogsensitief. Dat is altijd al zo geweest.

In de zakelijke, consumeren-maatschappij zijn de waardevolle eigenschappen van deze mensen wel eens naar de achtergrond verdwenen. Heel jammer. Een op de vijf, dat betekent ook een op de vijf kinderen.

cropped-dscn0840.jpg

Hoe ervaren zij een (drukke) schoolklas? Hoe spelen zij het liefst? Natuur of drukke stad? Museum of speeltuin?

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.